Risico op verval

De monitoring wordt uitgevoerd op, eenmalig door het archief of bibliotheek vooraf geselecteerde en omschreven objecten passend binnen het bereik van SurveNIR®.

Het SurveNIR® systeem maakt het mogelijk om op wetenschappelijke wijze de conditie van het papier te bepalen en te waarderen ten aanzien van de mate van veroudering en de daarmee samenhangende risico op verval.

SurveNIR® meet snel en non-destructief de chemische en mechanische eigenschappen van papier. Het systeem maakt gebruik van een (nabij-infrarood) lichtsensor en is gebaseerd op statistische evaluatie van de nabij infrarood spectra van papier. De referentiemetingen zijn genomen van proeven met papier vanaf ca. 1700 tot nu met als zwaartepunt vanaf ca. 1840 tot 2006.

De meeteenheden gemeten door SurveNIR® geven een goede indicatie van de conditie van het papier. Papier bestaat voornamelijk uit cellulose en het verval van cellulose is grotendeels afhankelijk van zijn omgeving, autonoom verval en gebruik. Traditioneel gezien wordt de conditie van het papier visueel vastgesteld en met chemische en mechanische testen, zie meeteenheden. Deze zijn echter oppervlakkig of invasief en nemen veel tijd in beslag.

Meeteenheden

SurveNIR® is in staat snel valide en betrouwbare gegevens te produceren ten aanzien van meeteenheden die een indicatie geven van de kwaliteit van het papier. SurveNIR® meet de volgende eenheden;

* PH-waarde: Zuurgehalte (PH), op basis van Koude-extractie.
* Gemiddelde polymerisatiegraad, op basis van de micro-viskositeitsmeter. Cellulose bestaat uit moleculen in de vorm van een repeterende lineaire polymeer en de lengte van de polymeer geeft een indicatie over de kwaliteit van het papier.
* Breeksterkte (Fmax), op basis een trekproefmachine.
* Breeksterkte Fmax na vouwen (Bansa/Hofer), m.b.v. dubbele vouw.
* Ligninegehalte, m.b.v. acetylbromide. Hoe meer lignine des te meer verkleuring kan ontstaan door licht.
* Proteïne gehalte (gelatine), gelatine is van de 15de tot de 19de eeuw gebruikelijke toevoegingen geweest als papierverbeteraar. Er is een relatie tussen de conditie van papier en het gehalte van de proteïne gelatine.
* Colofoniumgehalte (Rosin), colofonium is vanaf ca. 1850 tot ca. 1990 bij het verlijmen gebruikt. Aanwezigheid van optische witmakers kan de papierkwaliteit onder invloed van licht laten verminderen.

De bovenstaande meetgrootheden worden met aantal metingen (ca.7 per object) vastgesteld en volgens gestandaardiseerd SurveNir-protocol uitgevoerd.

Het bereik van SurveNIR®  

De te meten papiersoorten die in het bereik van SurveNIR® vallen zijn;

*  Lompenpapier / Rag Paper, handgeschept of industrieel vervaardigd papier uit lompen of katoen van eenjarige vezelplanten.
*  Ongestreken papier / Bleached pulp paper, papier uit gebleekte pulp en houtvrij.
*  Gestreken papier / Coated paper, gestreken papier uit gebleekte pulp, houtvrij.
*  Houthoudend papier / Groundwood paper, papier uit mechanisch verwerkte houtsnippers, houthoudend.

Uitgesloten zijn objecten met temperatuur-, water- en schimmelschade alsook speciaal papier zoals doorzichtig papier, behang, gelamineerd en gekleurd papier, karton en gerestaureerd papier.  Tevens is ook niet te meten; fotopapier, leer, kunststof, Aziatische papiersoorten, erg bruin voddepapier.

De (historische) objecten kunnen boeken of losbladig zijn. Het aantal te meten objecten is afhankelijk van de fysieke grootte van de archief- en bibliotheekruimte(n) en aantal te meten collecties (in overleg te bepalen), meetfrequentie en meetmoment zijn standaard twee keer per jaar en vallen binnen vastgestelde tweemaandelijkse perioden (bijv. in februari/maart en augustus/september).